Beter

stukje glas niet groter
dan mijn pink niet breder
dan mijn duim tot de rand
gevulde voorspoed in een
flesje vol nadruk op kobalt blauw

in die kleine kamer met de kachel
het gebreide kussen, in de houding
op de bank, pen 10 want oma’s ogen
wij mogen niet praten

meestal in bed soms is ze wakker
heeft zichzelf in een stoel gezet
aait zacht over mijn haar, lacht
haar uiterste best, totdat opa

ze trekt en duwt, haar jurk omhoog
over haar knie langzaam haar panty
naar beneden
door de dop verdwijnt de naald
het water tot het streepje oma
mag ik het flesje terugzetten
zij prikt en spuit
voor even aangenaam